Paniekstoornis


Bij een paniekstoornis is er sprake van onverwachte paniekaanvallen en de angst tussen aanvallen door voor een nieuwe aanval. Indien er door deze angst ook situaties vermeden worden, is er tevens sprake van agorafobie. De prevalentie van deze psychische stoornis ligt wereldwijd tussen de 1 en 3%. Bij vrouwen komt de ziekte twee- à driemaal zo vaak voor als bij mannen. Het is essentieel dat in een vroeg stadium wordt gestart met een adequate behandeling, om het beloop gunstig te beïnvloeden. De meest efficiënte behandeling bestaat uit een combinatie van antidepressiva, cognitieve therapie, en exposure in vivo. Een paniekstoornis geeft met name sociale beperkingen, waarbij de bewegingsvrijheid sterk wordt ingeperkt door de angst. Risicofactoren in werk voor het ontwikkelen van een paniekstoornis zijn: leidinggeven, arbeidsconflicten, gebrek aan ondersteuning van het management, conflicterende taakeisen, onzekerheid over de toekomst