Hoofdpijn


Hoofdpijn is een veel voorkomende klacht. De life-time prevalentie van spanningshoofdpijn is 72% en van migraine 10%. Hoewel hoofdpijn veel voorkomt, zoeken weinig mensen medische hulp. Bij slechts 1% van de gevallen wordt een ernstige onderliggende aandoening gevonden. Hoofdpijn kan veel invloed hebben op het sociaal functioneren en is een belangrijke oorzaak van ziekteverzuim.

 

De meest voorkomende hoofdpijnen zijn: spanningshoofdpijn, migraine, (genees) middelen geïnduceerde hoofdpijn en clusterhoofdpijn.

Spanningshoofdpijn

Spanningshoofdpijn: Drukkende, knellende, meestal tweezijdige hoofdpijn zonder misselijkheid of braken. Duur is minuten tot dagen. Meestal geen licht- of geluidsovergevoeligheid, de pijn is gering/matig en verergert niet bij inspanning.

Er is sprake van een verhoogde gevoeligheid van de schedelmusculatuur en peesaanhechtingen in deze regio. Er is slechts zelden een verband met spanningen.

Migraine

Migraine: Herhaalde aanvallen van matige tot heftige, meestal eenzijdige, bonzende hoofdpijn met misselijkheden en/of braken, soms een aura, verergert bij lichamelijke activiteit en er is overgevoeligheid voor licht en geluid. Aanvalsduur altijd 4 tot 72 uur. De precieze etiologie is onbekend, waarschijnlijk is er sprake van een neurovasculaire aandoening, een verstoring van het centraal zenuwstelsel met vasculaire gevolgen. Verminderde stimulatie van serotonine receptoren in het trigeminovasculaire systeem speelt een belangrijke rol.

Middelengeïnduceerde hoofdpijn

Chronische hoofdpijn, meer dan 3 dagen per week, meer dan de helft van de tijd, bij gebruik van hoofdpijnmedicatie, specifieke migrainemiddelen of meer dan 5 eenheden cafeïne per dag.

Deze vorm van hoofdpijn ontstaat vaak bij mensen met een voorgeschiedenis van aanvalsgewijze hoofdpijn die in frequentie toeneemt. Uit angst voor pijn neemt het geneesmiddelengebruik toe. De frequentie van medicatie-inname is belangrijker dan de dosering.

Clusterhoofdpijn

Aanvalsgewijze, hevige bonzende of stekende hoofdpijn rondom het oog of temporaal, 15 tot 180 minuten durend, met bewegingsdrang. De aanvallen gaan in tegenstelling tot migraine bijna nooit gepaard met misselijkheid en/of braken.

De aanvallen treden op in clusters van enkele weken tot maanden. De frequentie is één tot acht aanvallen per dag. Begeleidende verschijnselen kunnen zijn: ipsilateraal een rood oog, tranend oog, neusverstopping, loopneus, zweten van gezicht of voorhoofd, pupilvernauwing, hangend ooglid of oedeem van het ooglid.

Clusterhoofdpijn wordt beschouwd als een vasculaire hoofdpijn: de vasculaire veranderingen worden veroorzaakt door stimulatie van het trigeminovasculaire systeem. Bioritme en een neurovasculaire factor spelen een rol.

Secundaire hoofdpijnen

Daarnaast zijn er nog Secundaire hoofdpijnen:

hoofdpijn samenhangend met een schedeltrauma, met vaataandoeningen, met niet-vasculaire intracraniële aandoeningen, met chemische stoffen of de onttrekking daarvan, met niet-cerebrale infecties, met metabole infecties.

hoofdpijn of aangezichtspijn samenhangend met aandoeningen van schedel, nek, ogen en oren, sinussen, tanden, mond of andere aangezichts- of schedelstructuren, craniale neuralgieën, zenuwwortelpijn en deafferentiatiepijn, niet-classificeerbare hoofdpijn. 

Wel van je hoofdpijn af komen?