Chronische-vermoeidheidssyndroom (CVS) 


Met het chronische-vermoeidheidssyndroom (CVS) wordt een ziektebeeld aangeduid waarbij langer bestaande, ernstige vermoeidheid op de voorgrond staat waarvoor geen aanwijsbare somatische of psychiatrische oorzaak is vastgesteld. De diagnose CVS kan pas gesteld worden als de vermoeidheidsklachten ten minste 6 maanden bestaan. De anamnese is het belangrijkste instrument om vast te stellen wat de mogelijkheden bij CVS zijn, omdat noch lichamelijk onderzoek noch laboratoriumonderzoek doorgaans afwijkingen vertoont. De behandeling bestaat uit cognitieve gedragstherapie, graded activity en farmacologische therapie. Bij 20-40% van de patiënten wordt verbetering gesignaleerd. Slechts minder dan 10% van de patiënten herstelt spontaan zover dat ze weer functioneren als daarvoor. De kans op spontaan herstel na 2 jaar is zeer gering. 

 

Chronische vermoeidheid komt ook regelmatig voor bij mensen met een chronische ziekte, zoals multipele sclerose. Vermoeidheid komt verder veel voor bij mensen met kanker. Vermoeidheid bij kankerpatiënten kan soms rechtstreeks verklaard worden uit een aanwijsbare lichamelijke oorzaak (bijv. bloedarmoede), maar ook als bijwerking van de behandeling. De vermoeidheid kan na de behandeling nog lange tijd aanwezig zijn.