Kijk in mijn Praktijk | Bureau Integer


Mevrouw, vindt u mij dom?

20 augustus 2014


“Mevrouw, vindt u mij dom?”. Lotte, een 17-jarig meisje, kijkt mij met haar grote blauwe ogen aan. Ze zit bij mij aan tafel waar verschillende middelbare scholieren enkele middagen per week hun huiswerk maken. Als zingevingstherapeute, en van huis uit wiskundige, begeleid ik ook scholieren die op school met hun huiswerk vastlopen. David, een andere middelbare scholier die Franse woordjes aan het leren is, kijkt mij inmiddels ook aan.

Op de vraag ‘hoeveel is zes keer vier is’, is er maar één correct antwoord. ‘Vierentwintig’ en alle andere antwoorden zijn fout. We leren onze kinderen al op de basisschool dat er iedere sommetje maar een goed antwoord heeft. Ook middelbare scholieren kennen dit principe maar al te goed. De scholieren kunnen slechts bij iedere opgave een antwoord geven dat goed wordt gerekend.

Vroeger, als wiskundige beantwoordde ik, samen met collega’s, vragen van klanten door het uitvoeren van onderzoek. Na het vinden van mijn persoonlijke antwoord op de vraag ‘wat ik wil?’ werd ik na een omscholing van zeven jaar zingevingstherapeute. Nu werk ik ook met mensen die vragen hebben. Toch is er een groot verschil. Als wiskundige werd ik geacht het antwoord op de vraag van een klant te vinden. Als zingevingstherapeute begeleid ik juist de hulpzoekende, zodat hij een eigen antwoord op zijn vraag vindt.

Lotte stelt met enige twijfel deze vraag, omdat ze het antwoord op de som ‘4.x= 24’ niet direct ziet. Lotte is naar de huiswerkbegeleiding gekomen, omdat ze voor haar gevoel haar wiskunde eindexamen onvoldoende heeft gemaakt. Lotte heeft last van chronische vermoeidheid. Soms heeft ze wel voldoende energie voor school en soms ook niet. “Nee hoor”, antwoord ik. “Wat jij doet is juist slim. Jij bereidt je nu al voor op je herexamen, terwijl je het eindcijfer van de examen nog niet weet.” Ik stel haar de vraag “Hoeveel leerlingen uit jouw klas doen dat ook?”. Ze kijkt me opgelucht aan en zegt “niemand". Dingen niet weten is niet dom; weten dat je dingen niet weet en daar niets aan doen is op z’n zachtst gezegd ‘een beetje dom’. Lotte is een slimme meid.

Ellen van Son
Zingevingstherapeute

Botsing tussen hoofd en hart

13 augustus 2014


“Hoe zeg je nee tegen iets dat op zich goed voor Zoetermeer is?”, vraagt Kiem-Lan, een jonge dame met een grote maatschappelijke betrokkenheid, mij tijdens mijn lezing over ‘De zin van nee durven zeggen’. Maandelijks geef ik een lezing in mijn praktijkruimte. De beperkte ruimte, waar niet meer dan 15 bezoekers kunnen zitten, heeft een meerwaarde. Tijdens de lezing nodig ik alle bezoekers uit om vragen te stellen en mijn lezing aan te vullen met persoonlijke verhalen.

Ik merk dat deze vraag deze jonge bezoekster hoog zit. Op sommige vragen is er geen antwoord te geven, dat altijd en voor iedereen waar is. In een gesprek vraag ik dan om de vraag heel concreet te maken. Ik had deze jonge dame kunnen vragen met wat zij bedoelde ‘wat goed voor Zoetermeer is’. Ik besluit een andere route te kiezen, omdat ik aanvoel dat achter haar vraag een aangrijpend verhaal zit.

“Wie heeft er een voorbeeld van hoe je dan toch nee kunt zeggen?”, vraag ik terwijl ik de andere bezoekers aankijk. Een andere jonge Chinese dame pakt de bal op. “Ik was een maatje van een gehandicapte jongere”, zegt ze. Ze vertelt met grote eerlijkheid, dat ze met dit vrijwilligerswerk was begonnen, omdat haar verstand vertelde dat dit zinvol was. Ze heeft het lang gedaan, maar steeds vaker begon haar hart zich te roeren. Haar hart zei dat zij haar tijd zinvoller kon gebruiken. Ze vat het samen door te zeggen “Als ik bij deze jongere was, was ik er wel met m’n hoofd maar niet met m’n hart”.

Na dit voorbeeld vervolg ik de lezing. Na afloop blijft Kiem-Lan zitten. Ik merk dat ze mij graag nog tussen vier ogen wil spreken. Nu vraag ik haar wel om haar vraag te concretiseren. Ze vertelt haar verhaal terwijl ze haar tranen verbijt. Ze zegt “Ik begrijp helemaal hoe die Chinese dame zich voelt. Ik voel me ook heen en weer getrokken tussen mijn hoofd en hart. Haar verhaal heeft me geholpen.” Als zingevingstherapeute hoef ik op dat moment daar niet veel aan toe te voegen.

Ellen van Son
Zingevingstherapeute

Wie had dat gedacht

6 augustus 2014

"Wie had dat gedacht. Van een tv in elke ruimte naar nauwelijks ruimte voor de tv", zegt de man in de reclame van Telfort. Deze man is samen met zijn gezin hard getroffen door de economische crisis. In een andere reclame zegt hij "van veertig miljoen op de bank naar een euro in de bank", terwijl hij een euro tussen de kussens van de bank tevoorschijn haalt. Hij blijft onvoorstelbaar optimistisch ondanks het verlies van zijn baan, huis en luxe leventje. Hieraan moest ik denken toen er al schrijvend aan deze column een mail binnen kwam.

"Met mij gaat het iets minder positief. Ik begin de moed te verliezen nog weer een baan te krijgen", schrijft Petra. Zij is nu al twee jaar zonder werk. De situatie was totaal anders toen ik Petra voor de eerste keer ontmoette. Zij werkte destijds als hoofd van een afdeling personeelszaken in een bedrijf met tweehonderd medewerkers. Op mijn verzoek hadden we een kennismakingsgesprek. Ik werkte net als vrijgevestigde zingevingstherapeute en was op zoek naar werk. Ik wilde graag medewerkers, die in hun werk vastliepen, begeleiden. Het eerste gesprek was plezierig, maar leidde niet tot datgene waar ik naar zocht: werk.

Er volgden nog twee gesprekken met Petra waarin ik haar gratis advies op personeelsgebied gaf. In het vierde gesprek ontstond de mogelijkheid om zelfs een groep medewerkers te begeleiden. Zij werd mijn opdrachtgever, die stevig onderhandelde over de projectprijs. Het werd een project dat twee jaar zou gaan duren. Vlak voor het einde van het project belde ze mij op. "Ik ben naar huis gestuurd na een meningsverschil met de directie", zei zij terwijl ze haar tranen probeerde te verbijten.

De afgelopen twee jaar heb ik drie keer met haar geluncht. Van de zakelijke manager is zij veranderd in een warme vrouw, die vrijwilligerswerk in de gehandicaptenzorg doet. Het ontslag heeft haar blik geopend voor mensen die zelf in niet gekozen situaties verkeren. Net als de man in de reclame van Telfort blijft ze optimistisch. “Je nieuwsbrief ZIN zette me zelf aan het denken. Er zijn nog genoeg dingen, waarover ik positief kan zijn”, schrijft ze verderop in haar mail. Ik ben blij dat ik via mijn nieuwsbrief iets voor haar kan betekenen. Wie had dat gedacht.

Ellen van Son
Zingevingstherapeute

Wie stelt de vraag

30 juli 2014

“Mag ik u iets vragen?”, vraagt een geïnteresseerde man van middelbare leeftijd mij. Mijn lezing over ‘hoe je optimistisch met tegenslag om kunt gaan’ is net afgelopen. De bezoeker kijkt mij vriendelijk doch indringend aan. “Tijdens de lezing heeft u niet over tegenslag in uw leven gesproken. Mijn indruk is, dat u ook tegenslag hebt gehad. Hoe bent u daar mee om gegaan?”. De bezoeker stelt de vraag en het is aan mij om daarop een antwoord te geven.

“Mijn zoon is enkele jaren geleden ernstig ziek geweest”, begin ik mijn antwoord. “Zijn ziekte was een sluipmoordenaar. Vanaf zijn achtste jaar ging het steeds minder goed met mijn zoon. De ziekte sloeg in alle hevigheid toe, toen hij dertien, veertien jaar oud was. Ik stond erbij en keek er machteloos naar. Alle hulpverlening kon niet voorkomen dat hij uiteindelijk werd opgenomen.” Net als deze bezoeker, stelde het leven mij een indringende vraag.

Familie, vrienden en collega’s reageerden soms met de vraag ‘Waarom juist hij?’, nadat ik had verteld hoe het met mijn zoon ging. Deze vraag ging mij steeds meer irriteren. Ik werd er zelfs verdrietig van. Alsof er ergens een antwoord op deze vraag zou bestaan, dat ik nog niet had gevonden.

Worstelend met de ziekte van mijn zoon en deze vraag, stond ik op een zomeravond voor de badkamerspiegel. Ik keek naar mezelf, terwijl ik huilde. Behalve verdriet, voelde ik angst. De angst om mijn zoon, waarvan ik zoveel hield, te verliezen. Deze liefde werd plotsklaps sterker dan mijn angst. In dat heldere moment wist ik mijn antwoord op deze vraag die het leven mij stelde. Ik wilde ‘zoveel mogelijk van mijn zoon te houden ondanks alles wat er gebeurde’. Ik wilde later nooit spijt kunnen krijgen, dat ik mijn liefde aan hem niet genoeg getoond zou hebben.

Het leven stelde mij, net als deze bezoeker een vraag. De waarom-vraag stellen is geen antwoord geven. Ik zocht en vond een persoonlijk antwoord dat mij zin gaf. “Dat is een mooi antwoord”, complimenteert bezoeker mij. Ik ben dankbaar dat ik tot op de dag van vandaag regelmatig tegen mijn inmiddels gezonde negentienjarige zoon ‘Ik hou van jou’ kan zeggen.

Ellen van Son
Zingevingstherapeute

De sleutel naar zin vinden

23 juli 2014

“Mam, heb jij mijn sleutels gezien?” De vraag wordt met enig aandringen gesteld. Mijn zoon heeft ondertussen al verschillende keren op zijn kamer, in de keuken en in de garage naar zijn sleutelbos gezocht. Daarbij rent hij de trappen op en af. Hij moet zijn sleutels vinden. “Jij hebt vast wel een idee waar mijn sleutels zijn.” Ik word stevig aangespoord om mee te zoeken.

Mijn naam is Ellen van Son. Naast moeder werk ik als zingevingstherapeute, een nieuw beroep in Nederland. Wat ik als therapeute doe, laat zich vergelijken met het zoeken van de sleutelbos van mijn zoon. Ik help mensen met zoeken naar sleutels, naar manieren hoe zij meer zin in hun leven kunnen ervaren. Door een gesprek, een lezing of een cursus wijs ik mensen op mogelijkheden om op een andere manier te gaan zoeken. Soms liggen sleutels op onverwachte plaatsen. “Mam, ik heb mijn sleutels gevonden.” De sleutelbos bleek uiteindelijk nog aan zijn scooter te hangen.

Op uitnodiging van Zoetermeer Actief schrijf ik deze zomer zes columns over mijn werk. Hoe help ik mensen om hun sleutels naar zin te vinden?

Henk, een man van middelbare leeftijd, zit tegenover mij. Zijn manager heeft hem naar mij toe gestuurd. Henk werkt als technisch projectleider en doet er onvoldoende aan om meer werk binnen te halen volgens zijn manager. ‘Hij moet maar leren netwerken met klanten’, zegt de manager. In de eerste gesprekken leer ik Henk kennen als een stille man, die erg betrokken is bij zijn werk. Dit werk is zijn lust en leven. Hij is teleurgesteld, boos en verdrietig tegelijkertijd. Hij voelt zich als mens miskend.

‘Achter iedere klacht zit iets dat we belangrijk vinden’ is één van de uitgangspunten van waaruit ik werk. Henk klaagt dat er aan de apparaten die in de projecten worden gebruikt onvoldoende onderhoud wordt besteed. Het thema ‘netwerken’ schuif ik tijdelijk aan de kant. “Wat kun jij doen om de apparaten beter te onderhouden?” Henk wordt enthousiast en schudt zo een plan uit zijn mouwen. Daar ligt de sleutel voor Henk om weer zin in het werk te krijgen.

Hij krijgt van mij de opdracht om niet met klanten, maar juist in zijn bedrijf te netwerken. “Overtuig je manager dat dit nodig is”, zeg ik. “Je kunt zelfs laten zien dat projecten hierdoor goedkoper kunnen worden”, voeg ik er aan toe. Henk begint nu ook in mogelijkheden te denken. “Als ik me concentreer op het onderhoud, dan heeft mijn collega Patrick meer tijd voor klanten”, zegt hij. Hier ligt de meest zinvolle oplossing voor iedereen die bij deze situatie betrokken is. Henk leert intern netwerken. Het werk wordt anders tussen Henk en Patrick verdeeld, waardoor het bedrijf meer werk krijgt.

Ellen van Son
Zingevingstherapeute