Euthanasie ~ Etische Perspectieven

Ethische perspectieven op euthanasie vanuit Historische, pijn-filosofische en morele gezichtspunten.

 

Historisch

 

Het woord euthanasie is afgeleid uit het Grieks en betekent goede, gemakkelijke of gelukkige dood. Euthanasie is het opzettelijk doden van de medemens en kwam al voor bij de nomaden. Zij lieten de ouderen achter of doden ze wanneer ze niets meer konden. Op de Fidji- eilanden werden invalide mensen met een knots gedood of levend begraven. Niet alleen op deze eilanden maar ook in de klassieke oudheid kwam euthanasie voor. Bijvoorbeeld als we naar het voorbeeld van Sparta kijken, daar werd door de oudsten besloten wanneer mensen om het leven gebracht dienden te worden. Hierbij zou je kunnen denken aan zwakke en misvormde kinderen die gedood moesten worden. Ook de Germanen doodden oude mensen om hun de ellende van het kinds worden van de oudere te besparen. De Oude Pruisen hebben misvormde en blinde kinderen, die op ongeluksdagen geboren werden en kinderen die zogenaamd voor het ongeluk geboren waren, gedood. In de oudheid ontstond uiteindelijk verdeeldheid over de hierboven omschreven praktijken. Zo stamt ook de bekende eed van Hippocrates uit dezelfde tijd als toen het Spartaanse Rijk nog bestond. Deze eed luidde gedeeltelijk; “Ik zal aan niemand, ook niet op diens verzoek, enig dodelijk geneesmiddel toedienen, noch mij lenen tot enig advies van dien aard”.

Etische perspectieven Euthanasie
Euthanasie

In de tijd dat Hippocrates leefde, ca. 2500 jaar geleden (460-377 v. Chr.) te Griekenland, kwam het doden van gehandicapt geborenen, oude mensen en het doden van ernstige lijdende patienten door de arts voor. De arts doodden in die tijd deze mensen. We kunnen ons voorstellen dat er weining vertrouwen was in de artsen destijds, ze waren niet gebonden aan regels zoals in de huidige tijd. Om het vertrouwen van mensen in artsen te herstellen kwam er een groep artsen overeen dat ze nooit meer tot zulke praktijken over zouden gaan. Als we kijken naar de wijsgeren Plato (427 - 347 v. Chr.) en Pythagoras (570 - 497 v. Chr.) lieten zich in de oudheid niet onbetuigd en spraken hun mening of zienswijze hierover uit. Pythagoras zei dat “wij het bezit van God zijn en zonder Zijn bevel geen recht hebben te ontvluchten”. Plato was van mening: “dat de mens een soldaat van God is die op zijn post moet blijven totdat Hij roept”. Augustinus (354 - 430) achtte elke vorm van zelfmoord in strijd met de natuurwet. In de Middeleeuwen was er Thomas van Aquino, (1225 - 1274) die zelfmoord en daarmede ook euthanasie veroordeelde met een beroep op de Tien Geboden en wel op het gebod. “gij zult niet doodslaan”.

 

In 1516/1517 heeft Thomas Moore zijn bekende “Utopia” geschreven. In dit boek vertelt iemand genaamd Hythlodaeus over een ideale staat die hij op één van zijn reizen was tegengekomen. In deze staat vond euthanasie plaats op basis van vrijwilligheid. Daarnaast wordt getracht mensen te overreden dat zij, omdat zij toch voor alle beroepsplichten ongeschikt waren geworden, euthanasie op zichzelf te laten plegen. Deze opvattingen uit Utopia hebben ertoe geleid dat Thomas Moore vrijwel algemeen wordt afgeschilderd als een voorstander van euthanasie. Sommigen noemen hem zelfs de vader van de euthanasie. Of deze opvatting juist is, is de vraag. Terecht heeft men erop gewezen dat Thomas Moore naast zijn Utopia ook de Dialoog “Comfort against Tribulation” heeft geschreven, waarin hij de raad geeft om alle geschikte middelen te gebruiken om iemand van zelfmoord af te houden en daardoor te verhinderen dat hij Gods openbaar en duidelijk gebod overtreedt. Het verschil tussen Utopia en de Dialoog is dat de sprekers in Utopia de Tien Geboden niet kenden. Vanuit dit gezichtspunt kan men tot de conclusie komen dat Thomas Moore zichzelf niet identificeerde met personen in Utopia, maar slechts hun mening gaf, die niet noodzakelijk de zijne was. De filosoof John Locke, bekend om zijn theorie aangaande de mensenrechten, die leefde van 1632 tot 1704, verwoordt in zijn boek “Two Treatises of Government” de opvatting dat niemand absolute macht heeft over zichzelf om zijn eigen leven te vernietigen.

 

 

In 1796 schreef Dr. Christoph Hufeland (1762 - 1836) zijn boek: “Makrobiotik, oder die Kunst sein Leben zu verlängern”. Hij was in die tijd een zeer bekend arts die ook Goethe en Schiller heeft behandeld. Hij schreef o.a “Wanneer een zieke door ongeneeslijke kwalen wordt gepijnigd, wanneer hij voor zichzelf de dood wenst hoe gemakkelijk kan dan zelfs in de ziel van de betere mens de gedachte opkomen: zou het niet geoorloofd, ja zelfs een plicht zijn om deze ellendige mens iets eerder van zijn last te bevrijden?

 

Dit citaat uit het boek van Hufeland is gebruikt door Prof. Dr. Wuermeling op het rechtspolitieke congres van de CDU/CSU in januari 1986 in de Bondsrepubliek Duitsland. Prof. Wuermeling heeft erop gewezen dat gedurende de langste periode in de geschiedenis van de geneeskunst de behandeling van stervenden geen taak voor de arts was. Zijn taak was genezen. Wanneer er niets meer te genezen was, liet hij de zorg voor de patiënt aan anderen over. Pas in het begin van de 19e eeuw begint de arts zich bezig te houden met ongeneeslijk zieke en stervende patiënten. Wanneer de arts zich dan tot taak stelt om het lijden te verlichten, stelt hij zich ook aan de verzoeking bloot om het lijden van een zieke totaal te bestrijden door beëindiging van het leven. Vanaf 1870 verschenen er boeken en brochures waarin werd gepleit om euthanasie toe te staan. Uit Engelse en Amerikaanse medische bladen uit deze periode (tot ongeveer 1915) blijkt dat de meeste schrijvers afwijzend tegenover de euthanasiegedachte staan.

 

Niettemin werden in diverse Amerikaanse Staten zoals Iowa en Ohio wetsontwerpen ingediend voor legalisering van vrijwillige euthanasie. Deze wetsvoorstellen werden echter verworpen. Zoals in het hoofdstuk over de escalatie in Duitsland wordt uiteengezet stonden de ontwikkelingen in filosofische en medische kringen echter niet stil.

 

 

Pijn- filosofisch

 

De dood is niet erg. Want zolang wij er zijn, is de dood er nog niet. En als de dood toeslaat, zijn we er niet meer om daar last van te hebben. Deze stelling van de Griekse filosoof Epicurus (341-270 v. Chr.) houdt filosofen nog altijd bezig. Er lijkt geen speld tussen te krijgen, maar het kán niet waar zijn – en zeker niet in de geneeskunde. Die doet immers niet anders dan de dood zo lang mogelijk op afstand houden. En bovendien: als de stelling wáár is, wat is er dan nog op tegen om mensen dood te maken?

 

Voor Ethicus G. den Hartogh is een leven niet ‘goed’ als je het als zodanig ervaart, maar als het goed en succesvol ís. ‘Het is goed als zinvolle projecten waarmee je bezig bent, niet worden onderbroken voordat ze af zijn. Of dat een relatie die zich ontwikkelt en verdiept niet halverwege wordt afgebroken. Dat je de tijd krijgt om te leren met een zekere robuustheid met tegenslagen om te gaan. Het goede aan het leven is dat dergelijke lijnen, die samenhangen met iemands persoonlijkheid, dóórlopen. Het kwade van de dood is dat die de lijnen afkapt. Waarmee alle inspanningen, alle offers die je je hebt getroost om dat allemaal te doen, alleen maar kosten blijken te zijn waar geen baten tegenover staan.’

 

Wat “ondraaglijk lijden” is, is subjectief maar moet ook invoelbaar zijn voor de arts. Sommige artsen, zo blijkt uit onderzoek, vinden iets “invoelbaar” als zijzelf in een vergelijkbare situatie net zo zouden reageren. Voor anderen betekent “invoelbaar” dat zij zich kunnen voorstellen dat de ander iets wil vanuit diens waarden en referentiekader.

 

Ook over ‘ondraaglijk lijden’ wordt verschillend gedacht. Sommigen zien dat als een optelsom van symptomen als pijn, benauwdheid of uitputting. Anderen zien het als de betekenis daarvan voor de persoon zelf. Den Hartogh zegt hierover: ‘Je lijdt als je je bedreigd voelt door de symptomen en weet dat je dan je levensverhaal niet kunt voortzetten, zeker niet op de manier waarop je dat gewend was.’ Het brengt hem op de betekenis van een wilsverklaring: ‘Mensen die vastleggen dat zij hun leven beëindigd willen zien als zij in een vergevorderd stadium van alzheimer komen te verkeren, doen dat omdat zij weten dat ze, eenmaal ziek, geen waarde meer zullen hechten aan dingen die ooit belangrijk voor hen waren. Een patiënt is dan niet meer bezig met een levensverhaal, hij leeft van moment tot moment. Op een gegeven moment is er ook geen ik-besef meer. Met een wilsverklaring maakt iemand duidelijk dat het leven zijn zin voor hem heeft verloren.

 

Morele gezichtspunten

 

Als we vanuit de praktijk kijken naar de maatschappij en de politiek is er heden ten dage nog steeds onduidelijkheid over de vraag wat vanuit etisch standpunt geoorloofd is en wat juridisch in onze samenleving aanvaardbaar wordt geacht. Misschien zou er wel gekeken moeten worden wat de ethische plicht tot het eerbiedigen van het leven precies inhoudt. Vanuit de kerken en religie die een afnemende invloed hebben op de burgers, kan misschien wel gezien worden als één van de belangrijkste redenen waarom er in de jaren 70 en 80 meer draagvlak kwam op het gebied van euthanasie.

 

Als we kijken naar religieuze levensbeschouwingen (zoals het jodendom en het christendom) wordt de ethische plicht tot eerbiediging van het menselijke leven versterkt door de overtuiging, dat het leven en de zeggenschap daarover slechts aan de Schepper van het leven toekomt. Dit houdt overigens niet in dat elk leven tot in de meest lijdende weg moet worden doorgeleefd en evenmin dat feitelijk doden perse ethisch als moord gekwalificeerd moet worden, immers, de bijbel staat vol met gruwelijke slachtingen die achteraf goed gepraat werden door religieuzen.Christenen zijn desondanks nog steeds een tegenstander voor euthanasie.

In het Boeddhisme wordt euthanasie sterk afgeraden. Immers, het vroegtijdig beëindigen van het leven van een ander wordt als negatieve handeling gezien, met negatieve gevolgen voor diegene die de handeling uitvoert. In de Islam wordt er ook geen toestemming gegeven voor euthanasie, want er is geen menselijke pijn die niet voor het grootste deel kan worden overwonnen door medicijnen of neurochirurgie. In het Jodendom mag men de stervende geen actieve hulp geven bij het sterven. Euthanasie is dus uit den boze. Het moment van leven en sterven zijn in de handen van de Hemel. Wel mag bijvoorbeeld een medisch apparaat uitgeschakeld worden als dit nog het enige is die de patiënt in leven houdt. Volgens de Nederlandse bisschoppen (het katholieke geloof) is ziekenzalving en euthanasie kerkelijk onverenigbaar. Men constateert dat het kerkelijke spreken steeds sterker contrasteert met de publieke moraal. Met andere woorden, wie gewoon katholiek wil zijn, maakt het dat wel een stuk gemakkelijker. Binnen het Hindoeïsme, gelooft men in voortdurende reïncarnatie. Als de patiënt gedood is middels euthanasie, verstoord dit vervolgens het tijdstip van de dood. De consequenties zijn desastreus.

 

Tot slot

 

Voor elk individu is euthanasie zeer persoonlijk, immers, iedereen heeft zijn referentiekader. Het is een zeer moeilijk onderwerp maar vooral is het ethisch verantwoord? Voor de één wel voor de andere niet.

Commentaar schrijven

Commentaren: 0